Er liepen eens twee stemvorken over straat. Een doodgewone straat. Bijvoorbeeld een straat waar jij ook wel eens langs loopt. Als je buiten speelt bijvoorbeeld. Of als je met één van je vriendjes of je moeder ergens naar toe gaat. Zó'n straat moet je je er bij bedenken.
Dus. Die twee stemvorken die liepen daar over die straat. Die straat die je net bedacht hebt.
O.k. Terwijl ze daar liepen, die stemvorken (de ene stemvork heet A (van de toon A) en de andere heet D (van de toon D)), zagen ze plotseling een dikke meneer op een heel klein autootje rijden.
Het autootje zag er heel raar uit. Maar dát het een autootje was dát was zeker. En dat het een dikke meneer was, die op dat rare autootje reed, dát was ook zeker. Bijna stemvorkjes knikten elkaar instemmend aan.
"Wat zou die dikke meneer daar op dat rare autootje toch doen?" vroeg stemvork A aan stemvork D. "Nou," antwoordde stemvork D "ik heb eigenlijk geen idee. We kunnen het hem wel gaan vragen!" Stemvork A barstte uit in een onophoudelijk giebelen. Guttegut, hij kwam zelfs bijna niet meer bij. Stemvork D keek een beetje geërgerd naar stemvork A. Waarom zat ie nu zo raar te giebelen? Hij zei toch niets geks? Was er iets wat hij nog niet wist?
"Waarom moet je zo gek giebelen?" hield stemvork D stemvork A uitdagend voor "Ik stelde alleen maar voor om die gekke meneer te vragen wat ie op dat rare autootje deed!" Stemvork A brúlde het plotsklaps uit van het giebelen, zodat het meer op schaterlachen leek. Stemvork D kreeg er een kleur van. "Wat is er nu toch?" zei stemvork D nu toch wel heel erg boos.
"Nou," kreeg stemvork A er uiteindelijk uit, lichtelijk giebelend "die dikke meneer op dat rare autootje..." "Ja? Wat is daarmee?" vroeg stemvork D ongeduldig. "Nou, die dikke meneer op dat rare autootje.. hi hi.. die draagt.. hi hi.. oorbeschermers! Dus die.. hi hi.. hoort niets! Ook niet als je hem iets vraagt!" en stemvork A barstte weer uit in een oorverdovend schaterlachen.
Stemvork D snapte er niets van. Hij snapte er werkelijk waar he-le-maal niets van. Was dit nu echt waar stemvork A zo ontzettend om moest lachen?
"Maar dat niet zozeer.." vervolgde stemvork A terwijl stemvork D nu toch wel weer nieuwsgierig maar ook nog steeds wel een beetje geïrriteerd naar hem luisterde "Er zit een optilmechaniekje op.. hi hi.. en die lijkt heel veel op..." stemvork A viel op de grond van het lachen en maakte daarbij de toon A. "Nou, op wie lijkt dat optilmechaniekje dan?" scandeerde stemvork D stampvoetend.
"Die lijkt op je moeder als ze boven op jou vader ligt te wippen!! Hahahahahahahahahaha!!!!" stemvork D snapte de grap plotseling en kon niet anders dan het eens zijn met stemvork A. Het optilmechaniekje van het rare autootje van de dikke meneer leek inderdáád op zijn moeder als die bovenop zijn vader lag! Stemvork D lag meteen samen met stemvork A in een deuk en ze lachten tot ze er bij neervielen. Ze hadden nog een leuke dag samen.
Semier
maandag 14 januari 2008
Stemvorkheftruuk!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
3 opmerkingen:
Dus... Semier Bartelaar.
Dé Semier Bartelaar?
Hoe een koe een haas vangt:
De koe vangt de haas over het algemeen niet.
De enkele keer dat de koe inderdaad wél de haas vangt is een vorm van rauw onbewerkt rein puur geluk.
Geluk is dan ook niet zo algemeen.
Potje schaken?
Ik hoorde dat jij erg goed kan schaken...
Over stemvorkheftruuk gesproken, heb je al eens op dat rolstoelende mannnetje geklikt? Wat zeggen ze eigenlijk als je het achterstevoren afspeelt?
Een reactie posten