100 gulden zou ik geven voor een reis naar het verleden. Gebukt door het drassige gras zou ik op de loer liggen. Vliegensvlug de details bewaken: hier wordt iets voorspeld. Op het moment suprême zou ik opspringen, met mijn armen beginnen te fladderen en naar de lucht staren in afwachting van het opstijgen. Het zou niet lukken, opstijgen. Maar met de hemel als referentie lijkt alles mogelijk in mijn fantasie. Zolang ik maar niet naar de grond kijk en het dragende gevoel in mijn voeten negeer. Ik zou zweven en me de landschappen voorstellen die ik zocht: een kleine stad in het hoge noorden van Holland. Een zwarte bladzijde in het boek van mijn verbeelding. Mijn nauwe cloaca zou ik opensperren en alles onderschijten met witte vogelkak. Met mijn lange spitse snavel pik ik de ogen uit van mijn vijanden en voer ze aan de mensen die ik ooit voor vrienden hield. En ik zou weer opstijgen. Terugkeren naar mijn voeten op de grond tussen het drassige gras. Ik zou zien dat ik ben weggezakt. Tot mijn hoofd ben ik opgeslokt door het weeïge stelsel onder mij. Tevergeefs probeer ik me los te fladderen. Niets lukt. Dat is niets nieuws. Zeker niet bij een reis naar het verleden.
maandag 28 januari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
2 opmerkingen:
Het zou een pracht van een laffe daad zijn. Semier, de wit schijtende lijster. Wat verwacht je trouwens van de toekomst? Treed je binnenkort nog ergens op?
En nu we het er toch over hebben: ik poep een nationale driekleur voor die Hollandse vrouwen. Vlaggetjes in de keutel zijn verleden tijd.
Op naar de derde verdieping: de bovenkamer. Tijd voor diepzinnigheid en PUSSYPOWER!
Een reactie posten